Artikel 3.1 Wro

  • De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen tevens strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied.
  • De bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, wordt binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw vastgesteld.
  • Telkens indien de gemeenteraad van oordeel is dat de in het bestemmingsplan aangewezen bestemmingen en de met het oog daarop gegeven regels in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening, kan hij, in afwijking van het tweede lid, besluiten tot verlenging van de periode van tien jaar, genoemd in dat lid, met tien jaar. In aanvulling op artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsen burgemeester en wethouders de kennisgeving van het besluit tot verlenging tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.
  • Indien niet voor het verstrijken van de periode van tien jaar, genoemd in het tweede of het derde lid, de raad onderscheidenlijk opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld dan wel een verlengingsbesluit heeft genomen, vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van rechten terzake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan.
  • Van overschrijding van de in het tweede lid bedoelde periode doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling. Zij leggen deze mededeling bij het bestemmingsplan waarin de bestemming van de grond laatstelijk is aangewezen, ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. Van de terinzagelegging wordt tevens mededeling gedaan in de Staatscourant en voorts langs elektronische weg.

Rechtspraak

Als een onderdeel van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro wordt vernietigd, dan kan bij wijze van voorlopige voorziening worden bepaald dat het oude bestemmingsplan – dat door de Invoeringswet Wro zijn rechtskracht heeft verloren – blijft gelden tot de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplanRaad van State 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2501
Het ontbreken van draagvlak kan een rol spelen bij het besluit om een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro niet vast te stellen. Het ontbreken van draagvlak kan echter geen dragend argument zijn om een bestemmingsplan niet vast te stellen Raad van State 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:943
De beantwoording van de vraag of een in de planregels opgenomen open norm voldoende concreet en objectief begrensd is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan 1) de aard en omvang van de bouw- en gebruiksmogelijkheden, waarop de open norm en, in samenhang daarmee, de beleidsregel, zien, 2) het anderszins in de planregels genormeerd zijn van de bouw- en gebruiksmogelijkheden, waarop de figuur van de open norm, die in een beleidsregel wordt uitgelegd, ziet, en de relatie tussen die andere normering en de betrokken open norm, 3) de aanleiding voor het werken met een dergelijke figuur, en 4) de aard en omvang van het plangebied of het betrokken deel daarvan, waarop die figuur ziet. Daarbij is van betekenis op welk facet van een goede ruimtelijke ordening de open norm betrekking heeft en wat de aard en de omvang van de effecten ervan voor de omgeving zijn (artikel 3.1 Wro)Raad van State 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2649
De gehele aanvraag om omgevingsvergunning ex artikel 2.1 Wabo valt onder de reikwijdte van het legesverbod als bedoeld in artikel 3.1 lid 4 Wro Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2877
In verband met de vergunningsvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden ex artikel 2 en 3 Bijlag II Bor, moet in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro de situering van het achtererfgebied als bedoeld in artikel 1 Bijlage II Bor worden bepaaldRaad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:92
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan het vergunningsvrij bouwen en gebruiken worden ingeperkt door een bepaald gebied uit te sluiten van het achtererfgebied als bedoeld in artikel 1 Bijlage II BorRaad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:571
Naast de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer moet in het kader van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro ook worden bekeken of ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening Raad van State 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3708

Raad van State 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2539
Bij het ontbreken van een maximale bouwhoogte op de planverbeelding van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro – terwijl in de planregel is opgenomen dat de op de planverbeelding weergegeven maximale hoogte geldt – geldt er geen maximale bouwhoogteRaad van State 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2898
De gemeenteraad is exclusief bevoegd een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro vast te stellenRaad van State 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:306
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd waarom de gehanteerde afstand tussen agrarische bedrijvigheid en woningbouw in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordeningRaad van State 7 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4
Het hanteren van een bepaalde afstand tussen agrarische bedrijvigheid en woningbouw in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet met een ruimtelijk relevant argument worden onderbouwd, de Nge-methode (een door het Landbouw Economisch Instituut vastgestelde economische norm voor statistische vergelijking van agrarische bedrijven) is in dat kader niet ruimtelijk relevantRaad van State 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3394
Bij het beoordelen of een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro tot een goede ruimtelijke strekt moeten ook de voordelen en nadelen van alternatieven worden bezienRaad van State 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3362
Als sprake is van een Natura 2000-gebied, moet in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden uitgegaan van de feitelijke en planologisch toegestane situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan of – in andere bewoordingen – de planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het planRaad van State 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:684
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet rekening worden gehouden met de archeologische monumenten, maar het feitelijke onderzoek kan worden doorgeschoven naar de uitvoeringsfase als door technische beperkingen ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan geen onderzoek is uitgevoerdRaad van State 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4696
Een aanlegverbod (tenzij vergunning) voor de bescherming van archeologische waarden kan ofwel in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro ofwel in een erfgoedverordening worden opgenomenRaad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:209
De grens van de ‘bebouwde kom’ wordt bij gebreke van een definitie van dit begrip in het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro bepaald door de aard van de omgevingRaad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:149
De richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering kunnen een indicatie vormen of in het kader van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro sprake is van een goede ruimtelijke ordening, maar er zal altijd een separate afweging door de gemeenteraad moeten worden gemaaktRaad van State 12 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7128
De gemeenteraad is niet verplicht de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering te hanteren bij de vaststelling van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, hier kan gemotiveerd van worden afgewekenRaad van State 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:766
De gemeenteraad heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het bepalen van de grenzen van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, mits geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening of het rechtRaad van State 18 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4923
Aan een verleende omgevingsvergunning moet in het kader van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro rekening worden gehouden. Deze vergunning geeft echter geen automatische aanspraak op een overeenkomstige positieve bestemming in een bestemmingsplanRaad van State 30 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3058
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet in beginsel de bestaande bouwhoogte worden aangehouden, een lagere bouwhoogte is in beginsel niet toegestaanRaad van State 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3746
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet rekening worden gehouden met bestaande particuliere initiatieven, voor zover deze voldoende concreet en tijdig kenbaar zijnRaad van State 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3499
Het niet kunnen bereiken van overeenstemming met een eigenaar over de aankoop van het perceel is geen ruimtelijk relevante reden om in het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro niet een bepaalde bestemming aan het perceel toe te kennenRaad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1784
Het laten voortzetten van een bestaande planologische situatie kan in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, voor zover de nadelige gevolgen hiervan zo groot zijn dat deze redelijkerwijs niet (meer) aanvaardbaar zijn (artikel 3.1 Wro)Raad van State 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2183
Planologische medewerking aan een positieve bestemming in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro mag worden geweigerd als een initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlakRaad van State 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209
Bij het vaststellen van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet rekening worden gehouden met de bij de gemeente bekende bouw- en gebruiksvoornemensRaad van State 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3086
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen regels worden opgenomen over de maximale vloeroppervlakte die in gebruik mag worden genomen voor beroepsuitoefening aan huisRaad van State 21 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8908
Het behouden van bestaande, onbenutte bouwmogelijkheden uit een vorig bestemmingsplan in een opvolgend bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, moet nader worden gemotiveerdRaad van State 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:690
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro mag binnen bepaalde randvoorwaarden een eigen definitie worden opgenomen – buiten het Bevi om – van het begrip ‘kwetsbaar object’ of ‘kwetsbare objecten’ Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3754
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen normen worden opgenomen ten aanzien van het minimaal aantal vereiste bezonningsuren ter hoogte van een bepaalde locatieRaad van State 7 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN0496
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen regels worden opgenomen over het behoud van bomen en beplantingRaad van State 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1905
De ondernemer die in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied werkzaam is als de in het bestemmingsplan voorziene bedrijf, is belanghebbende bij dat bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro)Raad van State 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585
Het is mogelijk om in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro af te wijken van een contractueel overeengekomen bouwmogelijkheid voor een woningRaad van State 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:106
Het begrip ‘bouwwerk’ in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro mag – mede gelet op artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo – niet afwijken van de begripsbepaling in de modelbouwverordening van de VNG Raad van State 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3952
Goederen die via het internet te koop worden aangeboden en die ter plaatse kunnen worden afgehaald, uitgeprobeerd en worden betaald, is detailhandel (artikel 3.1 Wro)Raad van State 13 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1071
Bij volumineuze detailhandel gaat het om de omvang van de goederen, bij perifere detailhandel gaat het om het assortiment dat naar haar aard en omvang en/of voor de uitstalling een relatief groot oppervlak benodigd is (artikel 3.1 Wro)Raad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1711
Onder het begrip ‘supermarkt’ wordt mede verstaan de verkoop van bloemen, non-food en drogisterijartikelen (artikel 3.1 Wro)Raad van State 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:798
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen geen regels worden opgenomen over dierenwelzijnRaad van State 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:84
Nadere regels in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro over energiezuinigheid zijn niet toegestaan omdat de regels in het Bouwbesluit 2012 op dit punt uitputtend zijnRaad van State 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2458
Een groenbestemming in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan als erf in de zin van artikel 1 Bijlage II Bor worden aangemerkt, tenzij dit in de planregels expliciet is uitgeslotenRaad van State 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1086
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan – in weerwil van artikel 5:48 BW (de eigenaar van een erf is bevoegd dit af te sluiten) – een verbod tot het bouwen van een erfafscheiding van meer dan 1 meter hoog worden opgenomenRaad van State 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3455
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moeten regels worden opgenomen over het soort evenementen en het maximum aantal bezoekers en moeten de ruimtelijke gevolgen in kaart worden gebracht (in het bijzonder wat betreft de aspecten parkeren en verkeer)Raad van State 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:522
Dat in een Algemene Plaatselijke Verordening een vergunningsplicht voor evenementen is opgenomen, betekent niet dat dit niet in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro hoeft te worden opgenomenRaad van State 19 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:986
Kortdurend en incidenteel gebruik voor een evenement is – bij wijze van uitzondering – niet in strijd met het bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3702
De Algemene Plaatselijke Verordening zegt niks over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2026
Bij een besluit over de verlening van een omgevingsvergunning kan de gelding van een bestemmingsplanregel aan de orde worden gesteld. De betreffende planregel kan slechts onverbindend worden verklaard of buiten toepassing worden gelaten indien deze evident in strijd is met een hogere regeling, waarbij onder meer vereist is dat de hogere regeling zodanig concreet is dat deze zich voor toetsing bij wijze van exceptie leent (artikel 3.1 Wro)Raad van State 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3979
Een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro moet worden vernietigd als een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro wordt vernietigdRaad van State 11 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2051
Een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan in beginsel (gedeeltelijk) in stand blijven als een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro moet worden vernietigdRaad van State 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1163
Een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan een verplichte volgorde van uitvoering van plangebieden bevattenRaad van State 12 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP0540
Het niet afsluiten van een anterieure overeenkomst is geen ruimtelijk relevante reden om geen woonbestemming in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro toe te kennenRaad van State 25 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1783
De Wet natuurbescherming (flora en fauna) kan uitsluitend aan de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro in de weg staan, als op voorhand in redelijkheid moet worden vastgesteld dat er geen ontheffing van de Wet natuurbescherming kan worden verleend. Raad van State 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:600
Een gebodsbepaling in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro is niet toegestaanRaad van State 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1125
Geluidsnormen in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro zijn uitsluitend toegestaan indien deze ruimtelijk relevant zijn (met als doel bijvoorbeeld het voorkomen of beperken van geluidhinder op een bepaalde locatie)Raad van State 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1743
Een kantoorgebouw kan een geluidsgevoelig object zijn dat in het kader van een goed woon- en leefklimaat beschermd moet worden tegen een te hoge geluidsbelasting (artikel 3.1 Wro)Raad van State 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0231
Overlast door stemgeluid moet in het kader van een goed woon- en leefklimaat bij de afweging van de belangen in het kader van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden betrokkenRaad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1952

Raad van State 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3070
Bij (de aanwijzing van) een 30 km/h-zone moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ex artikel 3.1 Wro worden beoordeeld of de geluidbelasting aanvaardbaar isRaad van State 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3133
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen regels worden opgenomen over het instrueren van personeel van een horecabedrijf om het hoog stemgebruik van bezoekers op het terras te voorkomen en daar zo nodig tegen op te tredenRaad van State 13 juni 2018, ECLI:NL:2018:1942
Een beperking van de bouwhoogte in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel als niet is gemotiveerd waarom dat in gelijke gevallen niet is gebeurdRaad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:150
Een op grond van een in werking getreden bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro verleende omgevingsvergunning voor bouwen (ex artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo) blijft in stand als het bestemmingsplan daarna wordt vernietigdRaad van State 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:92
Het laten voortduren van een bepaalde situatie in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro (conserverend bestemmen) kan in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening als de nadelige gevolgen zo groot zijn dat de situatie in redelijkheid niet meer aanvaardbaar kan worden geachtRaad van State 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2183
Van handhavend optreden kan worden afgezien bij een concreet zicht op legalisatie. Daarvan is sprake als een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, het uitsluitende voornemen daartoe is onvoldoende (artikel 3.1 Wro)Raad van State 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1911
Van een concreet zich op legalisatie is geen sprake bij het voorhanden zijn van een voorontwerpbestemmingsplan (artikel 3.1 Wro)Raad van State 7 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1642
De weigeringsgronden voor een horecavergunning uit de Algemene Plaatselijke Verordening kunnen in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden opgenomenRaad van State 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:39
Een horecabestemming in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet in beginsel nader worden uitgesplitst naar soorten horeca-categorieën Raad van State 17 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2237
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro dat een terras bij een horeca-inrichting mogelijk maakt, moeten regels worden gesteld over het gebruik van versterkte muziek op het terrasRaad van State 30 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4030
Als ondergeschikte horeca in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro wordt toegestaan, dan moeten in dat plan regels over de oppervlakte en de openingstijden worden gesteldRaad van State 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2654
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moeten – gelet op de geluidsbelasting – regels worden gesteld over de capaciteit van terrassen Raad van State 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1146
Bij het opstellen van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet gebruik worden gemaakt van de Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012)Raad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1356
Het hebben van inspraak of een klankbordgroep maakt geen onderdeel uit van de officiële bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.8 Wro Raad van State 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2360
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen bouw- of gebruiksregels met betrekking tot stikstofdepositie (Natura 2000-gebieden) worden opgenomen Raad van State 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1411
Als in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro geen definitie van of uitleg over een bepaald begrip is opgenomen (planregels of plantoelichting), dan kan aansluiting worden gezocht bij het algemeen spraakgebruik (Van Dale Groot woordenboek)Raad van State 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3029
Kamerverhuur is niet toegestaan als het bestemmingsplan een definitie van het begrip ‘wonen’ bevat, waarin het in gezinsverband leven centraal staat (artikel 3.1 Wro)Raad van State 15 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO7356
Een bestemmingsplanregeling die ziet op het verbod op het splitsen van woningen is ruimtelijk relevant (artikel 3.1 Wro)Raad van State 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1758
Bij het gebrek aan de definitie van het begrip ‘wonen’ in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden onder ‘wonen’ diverse uiteenlopende vormen van huisvesting begrepen (ook verhuur aan personen die geen onderdeel uitmaken van hetzelfde huishouden als de verhuurder)Raad van State 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1882
Bij het hanteren van de definities ‘woning’ en ‘wonen’ in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, moet in de planregels een relatie tussen beide begrippen worden gelegdRaad van State 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:192
Een verbod tot het zonder vergunning slopen van een pand in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet worden onderbouwd aan de hand van de karakteristieke waarden van het pand. Deze moeten zodanig zijn dat het pand gelet daarop tegen (gedeeltelijke) sloop moet worden beschermdRaad van State 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1094
Landschapswaarden kunnen in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden beschermdRaad van State 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1223
De aspecten leegstand en behoefte moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening ex artikel 3.1 Wro altijd in ogenschouw worden genomen, ook als de ladder voor duurzame verstedelijking ex artikel 3.1.6 lid 2 Bro niet van toepassing isRaad van State 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3845
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen regels worden opgenomen over het aantal en de hoogte van lichtmastenRaad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:872
Als een plan(deel) in niet betekende mate tot een verslechtering van de lichtkwaliteit als bedoeld in artikel 5.16 lid 1 sub c Wet milieubeheer, dan hoeft bij het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro geen afzonderlijke toets aan de effecten op de luchtkwaliteit te worden uitgevoerdRaad van State 3 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4051
De omvang van een manege (aantal personen, lesuren) kan in het kader van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1 Wro in een bestemmingsplan worden beperkt/nader worden ingekaderdRaad van State 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:466
Er bestaat een ruimtelijk verschil tussen een productiegebonden paardenhouderij (vorm van grondgebonden agrarisch bedrijf) en een gebruiksgerichte paardenhouderij in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:662
In een bestemmingsplan kan de realisatie van een mantelzorgwoning in het achtererfgebied worden uitgesloten indien deze niet voldoet aan de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (artikel 3.1 Wro)Raad van State 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2106
Bij de beoordeling van de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden ter hoogte van een perceel in een bestemmingsplan moeten de vergunningsvrije mogelijkheden worden meegerekend (artikel 3.1 Wro)Raad van State 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2146
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet een afdoende afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van milieubelastende bestemmingen worden gemaaktRaad van State 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:234
De VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering is uitsluitend een hulpmiddel en bevat richtafstanden, waarvan in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro gemotiveerd van kan worden afgewekenRaad van State 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2948
Het voldoen aan de eisen uit de Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer betekent niet automatisch dat ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ex artikel 3.1 Wro, hiervoor is een concrete afweging van alle ruimtelijk relevante belangen benodigdRaad van State 27 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3542
Het is niet toegestaan bepaalde m.e.r-.plichtige planonderdelen van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro op te knippen om daarmee de m.e.r.-plicht te omzeilenRaad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333
Voor een rijksmonument hoeft geen verbod tot het zonder vergunning slopen van dit monument in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro te worden opgenomenRaad van State 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:167
Een verbod op het gebruik van woningen door personen buiten de beoogde doelgroep senioren in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro is niet mogelijk, dit is een niet ruimtelijk relevant onderscheid naar leeftijdRaad van State 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:920
Bij het besluit tot gewijzigde vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan niet uitsluitend worden verwezen naar een motie van de gemeenteraad, voor zover in die motie geen eenduidige en zorgvuldige afweging van belangen is gemaaktRaad van State 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2802
Het is op grond van artikel 3.1 Wro niet toegestaan om de uiteindelijke planologische afweging over een bij recht mogelijk te maken ontwikkeling in een bestemmingsplan na de vaststelling van dit plan plaats te laten vinden (zonder dat terzake een zienswijzenmogelijkheid en voor belanghebbenden daartegen de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling openstaat) Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3813
Aan een planregel in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan niet de voorwaarde verbonden dat geen nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk zal ontstaanRaad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:171
Aan een planregel in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan niet de voorwaarde verbonden dat aan de hand van een nadere beoordeling geen ernstige hinder voor het woonmilieu mag ontstaanRaad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2791
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moeten aan de hand van de maximale planologische mogelijkheden van het plan de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in kaart worden gebrachtRaad van State 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6907
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moeten aan de hand van de maximale planologische mogelijkheden van het plan de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in kaart worden gebracht, ook al liggen deze gebieden in het buitenlandRaad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1621
Bij een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro hoeft uitsluitend een voortoets te worden opgesteld, als hieruit blijkt dat mogelijke negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uit te sluitenRaad van State 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1179
Bij een bestemming behorend ondergeschikt gebruik moet in de planregels van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden opgenomen, vermelding hiervan in de plantoelichting is niet voldoendeRaad van State 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:915
Vertrouwelijke bedrijfsgegevens die van belang zijn voor de uitvoerbaarheid een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro hoeven niet bij de planstukken te worden gevoegd, zolang maar voldoende inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan wordt gegevenRaad van State 14 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1077
Een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro dat in strijd is met de Wegenwet kan (al dan niet gedeeltelijk) worden vernietigdRaad van State 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3665
Legaal bestaand gebruik dient in beginsel zodanig te worden bestemd in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, tenzij nieuwe planologische inzichten aanleiding geven voor een andere bestemming en het belang bij deze nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangenRaad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:203
Bij het opstellen van parkeernormen in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan worden aangesloten bij de CROW-normenRaad van State 8 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO6615
De parkeervraag van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet worden vastgesteld aan de hand van de representatie invulling van de maximale planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden van dit planRaad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:859
Uitsluitend planologisch toegestane parkeerplaatsen kunnen worden meegenomen in de parkeertoets van het bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro)Raad van State 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2856
Bij het opstellen van parkeernormen in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan worden verwezen naar gemeentelijke beleidsregelsRaad van State 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2837
Als in een planregel van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro wordt verwezen naar gemeentelijke beleidsregels voor parkeren, dan moet in de planregels worden bepaald dat bij een wijziging van deze beleidsregels de nieuwe versie van toepassing isRaad van State 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1400
In een planregel van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan uitsluitend naar een gemeentelijke beleidsregel voor parkeren worden verwezen voor zover deze beleidsregel conform artikel 1:3 lid 4 Awb is vastgesteldRaad van State 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1800
In een planregel van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan niet naar een specifieke gemeentelijke beleidsregel voor parkeren worden verwezen voor zover deze specifieke beleidsregel betrekking heeft op vergunningvrije gebruikswijzigingen (ex artikel 2 of 3 Bijlage II Bor)Raad van State 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1374
Als een in een bestemmingsplan voorziene parkeervoorziening tot geluidhinder kan leiden, moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd (artikel 3.1 Wro)Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:115
Het is niet toegestaan om in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro een parkeernorm op te nemen op grond waarvan moet worden ‘voorzien in voldoende parkeergelegenheid’, zonder dit nader uit te werken of te verwijzen naar een vastgestelde beleidsregel voor parkerenRaad van State 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1939
Het is niet toegestaan om in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro een parkeernorm op te nemen op grond waarvan ‘geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de parkeersituatie’, zonder dit nader uit te werken of te verwijzen naar een vastgestelde beleidsregel voor parkerenRaad van State 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:522
Bij een gebruiksverandering die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen de parkeernormen uit het bestemmingsplan niet worden toegepast, voor zover in het plan is verwezen naar een gemeentelijke voor parkerenRaad van State 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1578
Als een bestemmingsplan wordt vernietigd kan met toepassing van artikel 8:72 lid 5 Awb door de rechter worden bepaald dat het oude bestemmingsplan blijft gelden totdat een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld (artikel 3.1 Wro)Raad van State 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2501
Als in een bestemmingsplan geen maximale bouw- of goothoogte, breedte, inhoud en situering van een pand is opgenomen, kan een bestemmingsplan mogelijk niet met de vereiste zorgvuldigheid zijn voorbereid en om die reden worden vernietigd (artikel 3.1 Wro)Raad van Stat 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1873
Als een persoon vindt dat bij het bestemmingsplan geen rekening is gehouden met mogelijke planschadekosten, dan moet deze persoon aannemelijk maken dat deze kosten zodanig hoog zijn dat deze aan de financiële uitvoerbaarheid in de weg staan (artikel 3.1 Wro)Raad van State 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1758
Bij tegenstrijdigheid tussen de planregels en de plankaart van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro, gaan de planregels voor Raad van State 17 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO4195
De ondergrond waarop de plankaart van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro wordt getekend, heeft geen doorslaggevende betekenisRaad van State 21 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8908
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moeten de hoofdgroepen van de functielijst uit de SVBP2012 worden aangehouden, afwijking daarvan is niet mogelijkRaad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1356
De niet-bindende plantoelichting van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan wel inzicht geven in de bedoelingen van de planwetgever, in het geval de planregels zelf hierover geen duidelijkheid geven (artikel 3.1 Wro)Raad van State 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2026
De niet-bindende plantoelichting van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan geen afbreuk doen aan ondubbelzinnige planregels Raad van State 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:477
Als op de plankaart van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro een aanduiding is opgenomen die niet in de planregels wordt verklaard, dan heeft deze aanduiding geen juridische relevantieRaad van State 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2689
Een privaatrechtelijke belemmering kan uitsluitend aan de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro in de weg staan indien deze een evident karakter heeftRaad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:340
Bij een privaatrechtelijke belemmering kan de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro onvoldoende zijn verzekerd. In dat geval is het bestemmingsplan vatbaar voor vernietigingRaad van State 22 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ8852
Bij het vaststellen van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet rekening worden gehouden met privaatrechtelijke overeenkomstenRaad van State 19 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:986
Een privaatrechtelijke overeenkomst hoeft geen privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter te zijn bij de vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro)Raad van State 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:382
Een privaatrechtelijke overeenkomst kan ‘slechts’ tot een inspanningsverplichting voor de gemeenteraad leiden, de raad kan op grond hiervan niet worden gedwongen een bestemmingsplan vast te stellen die volgens hem niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening ex artikel 3.1 Wro isRaad van State 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2728
Bij een onevenredige aantasting van de privacy is een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro vatbaar voor vernietigingRaad van State 15 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ7935
Een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro hoeft niet verplicht in overeenstemming te zijn met rijksbeleid of provinciaal beleid, maar hiermee moet wel rekening worden gehoudenRaad van State 27 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1832
Het is op grond van artikel 3.1 Wro toegestaan om een bestemmingsplan te wijzigen middels een schakelbepaling in een nieuw bestemmingsplanRaad van State 3 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2142
Voor schilderwerk in een beschermd stadsgezicht kan in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro een vergunningsplicht ex artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo worden opgenomenRaad van State 3 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4338
Het tijdelijk verhuren of in gebruik geven van een woning kan in strijd zijn met de woonbestemming uit een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1663
Het aspect sociale veiligheid kan in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro worden meegenomenRaad van State 11 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV0592
Dat een bedrijfsactiviteit in de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij de planregels van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro is vermeld, betekent nog niet dat deze activiteit ook automatisch onder het begrip ‘bedrijf’ als bedoeld in de planregels valt en dus is toegestaanRaad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2010
De toets of het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro financieel uitvoerbaar is, betreft een marginale toets door de rechterRaad van State 13 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1077
Het aspect volksgezondheid speelt een rol bij het vaststellen van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2189
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan een voorwaardelijke verplichting tot het in stand houden van noodzakelijke inpassingsmaatregelen worden opgenomenRaad van State 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6846
Het stellen van voorwaarden omtrent het behouden van landschappelijke inpassing moet via een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro plaatsvinden, een privaatrechtelijke overeenkomst is hiervoor onvoldoendeRaad van State 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2808
Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro moet voldoende duidelijke, concrete verplichtingen bevattenRaad van State 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2126
Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro is niet benodigd als de gronden binnen het plangebied in eigendom zijn van de gemeenteRaad van State 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3384
In een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro kan een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen (artikel 3.1 Wro)Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2055
Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan geen gebod (verplichting tot het uitvoeren van een activiteit) bevattenRaad van State 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1125
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kunnen regels worden opgenomen tot het voorkomen van wateroverlastRaad van State 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:695
Welstandscriteria kunnen niet in de weg staan aan de verwezenlijking van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 16 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5956
Een beeldkwaliteitsplan dat niet door de gemeenteraad is vastgesteld is en onderdeel is gaan uitmaken van de welstandsnota, kan niet als toetsingskader voor welstand dienen (artikel 3.1 Wro)Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:106
Een welstandstoets met zich richten naar de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3860
Als voor een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro nader onderzoek benodigd is, dan moet dit onderzoek reeds bij de vaststelling van het ‘moederplan’ worden uitgevoerdRaad van State 22 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV6544
Parkeervoorzieningen kunnen inherent zijn aan een woonbestemming en dus zijn toegestaan op grond van het bestemmingsplan, ook als deze parkeervoorzieningen niet expliciet in de (bestemmingsomschrijving van de) planregel worden benoemd (artikel 3.1 Wro)Raad van State 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1828
Luchtbehandelingskast kan ondergeschikt bouwdeel zijn in de zin van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2389
Airco-unit kan onder ondergeschikt bouwdeel zijn in de zin van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1090
Als een zogenaamd gebruiksverbod in een oud bestemmingsplan (WRO oud) uitsluitend ziet op het ‘gebruiken’ en niet op het ‘laten gebruiken’, dan is dit verbod slechts gericht tot de daadwerkelijke gebruiker (bijvoorbeeld een huurder van een woning). Alleen deze gebruiker kan als overtreder worden aangemerkt, het in gebruik geven van bijvoorbeeld een woning door een verhuurder is dan als zodanig niet verboden. Dit is anders als het gebruiksverbod de term ‘laten gebruiken’ omvat. In dat geval kunnen ook zakelijk gerechtigden – bijvoorbeeld een verhuurder – door de gemeente worden aangeschrevenRaad van State 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1582
Een gebruiksverbod kan niet uit een bouwregel volgen, een bouwregel is uitsluitend van belang voor de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen ex artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo aan een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2612
Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) ten behoeve van een geluidscherm moet naast de maximale bouwhoogte ook vastleggen aan welke akoestische eisen het scherm moet voldoenRaad van State 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2465
Als een planregel inzake parkeren (i) geen parkeernorm voor het aantal benodigde parkeerplaatsen en ook (ii) geen verwijzing naar een parkeernorm in gemeentelijk beleid bevat, dan kan een aanvrager om een omgevingsvergunning niet worden verplicht parkeerplaatsen te realiseren (artikel 3.1 Wro)Raad van State 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2440
In een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) kan – hoewel wettelijk niet verplicht – een regeling worden opgenomen voor het normeren van de cumulatieve geurbelasting van bedrijven(terreinen) in het plangebiedRaad van State 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2753
Of het houden van paarden in overeenstemming is met de woonbestemming in een bestemmingsplan (ex artikel 3.1 Wro) hangt af de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik heeft (aard, omvang en intensiteit). Of de activiteit een inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer is, is daarvoor niet bepalendRaad van State 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2586

error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.