Relativiteitsvereiste en vertrouwensbeginsel
De toepassing van het relativiteitsvereiste moet worden gecorrigeerd bij een succesvol beroep op het vertrouwens- en het gelijkheidsbeginsel (Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:732)

Gepubliceerd door Rechtspraak bestuursrecht op
De toepassing van het relativiteitsvereiste moet worden gecorrigeerd bij een succesvol beroep op het vertrouwens- en het gelijkheidsbeginsel (Raad van State 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:732)

Artikel 22.6 lid 1 Ow staat – afgaand op de redactie en de letterlijke uitleg daarvan – niet in de weg aan het opnemen van een voorrangsregel in het (nieuwe deel van het) omgevingsplan ex artikel 2.4 Ow (met een voorrangsregel komen de regels die zijn opgenomen in de ruimtelijke plannen, welke plannen deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, immers niet te vervallen en deze regels worden ook niet geschrapt of verwijderd) (Raad van State 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1510)

De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van afzonderlijke onteigening van beperkte rechten, of van persoonlijke rechten, zoals huur of pacht, onteigening ziet in alle gevallen op de onroerende zaak (aanwijzing van te onteigenen onroerende zaken ex artikel 11.3 Ow) (Raad van State 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:629)

De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van afzonderlijke onteigening van beperkte rechten, of van persoonlijke rechten, zoals huur of pacht, onteigening ziet in alle gevallen op de onroerende zaak (algemeen belang onteigening ex artikel 11.1 Ow) (Raad van State 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:629)
