Artikel 4:15 Awb

  • De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan:
    • a. de aanvrager krachtens artikel 4:5 uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, of
    • b. de aanvrager mededeelt dat voor de beschikking op de aanvraag redelijkerwijs noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie is gevraagd, tot de dag waarop deze informatie is ontvangen of verder uitstel niet meer redelijk is.
  • De termijn voor het geven van een beschikking wordt voorts opgeschort:
    • a. gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd,
    • b. zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, of
    • c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven.
  • In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk aan de aanvrager mede dat de beslistermijn is opgeschort, alsmede binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
  • Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk mededeling aan de aanvrager, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden gegeven.

Rechtspraak

Als geen termijn wordt gesteld, dan leidt het verzoek om nadere gegevens als bedoeld in artikel 4:15 Awb niet tot het opschorten van de beslistermijnRaad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2527
Artikel 4:15 lid 1 onder a Awb is naar analogie van toepassing op een beslissing op een aanvraag om de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 WroRaad van State 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3189
Ziekteverzuim en administratieve of organisatorische problemen kwalificeren niet als overmacht als bedoeld in artikel 4:15 lid 3 AwbCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 1995, 95/0498/106/215
Het willen afwachten van een rechterlijke uitspraak in een andere zaak kwalificeert niet als overmacht als bedoeld in artikel 4:15 lid 3 AwbRaad van State 5 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN7266
De complexiteit van de zaak kwalificeert niet als overmacht als bedoeld in artikel 4:15 lid 3 AwbRaad van State 10 oktober 2012, 201208519/2/A4
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.