Artikel 8.0a Bkl
1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.
2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Rechtspraak artikel 8.0a Bkl (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen)
| Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ex artikel 8.0a lid 2 Bkl (BOPA) weegt het college de betrokken belangen af. De rechter oordeelt niet zelf of met het besluit over de omgevingsvergunning sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), de rechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of dat besluit in overeenstemming is met het recht (daarbij kan, binnen het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen) | Raad van State 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3652 |
