Artikel 3 Bijlage II Bor

Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet is niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op:

  • 1. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • a. niet hoger dan 5 m,
    • b. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn,
    • c. de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag, en
    • d. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;
  • 2. een op de grond staand bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • a. niet hoger dan 5 m, en
    • b. de oppervlakte niet meer dan 70 m2;
  • 3. een dakkapel in het voordakvlak, een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of, voor zover het betreft een bouwwerk als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, onder f, het achterdakvlak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • a. redelijke eisen van welstand zijn niet van toepassing;
    • b. voorzien van een plat dak,
    • c. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m,
    • d. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet,
    • e. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, en
    • f. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;
  • 4. een sport- of speeltoestel anders dan voor uitsluitend particulier gebruik, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • a. niet hoger dan 4 m, en
    • b. uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;
  • 5. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel vijver op het erf bij een woning of woongebouw, mits deze niet van een overkapping is voorzien;
  • 6. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering, voor zover het betreft:
    • a. een silo, of
    • b. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;
  • 7. een buisleiding waarop artikel 2, onderdeel 18, niet van toepassing is;
  • 8. een verandering van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
    • a. geen verandering van de draagconstructie,
    • b. geen verandering van de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering,
    • c. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, en
    • d. geen uitbreiding van het bouwvolume.

Rechtspraak

Een bouwplan moet als één geheel moet worden beschouwd, splitsing daarvan in vergunningplichtig en vergunningsvrij deel is in beginsel niet mogelijk. Het bouwplan kan alleen worden gesplitst indien het bestaat uit onderdelen die in functioneel en bouwkundig opzicht van elkaar kunnen worden onderscheidenRaad van State 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:699
Onder de verandering van de draagconstructie als bedoeld in artikel 3 lid 8 Bijlage II Bor wordt een verandering van een constructie van een bouwwerk verstaan, welke constructie het bouwwerk mede draagtRaad van State 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:958
Het College van B&W moet aannemelijk maken dat een interne bouwactiviteit tot een verandering van de draagconstructie heeft geleid (op grond van artikel 3 lid 8 Bijlage II Bor is een interne bouwactiviteit uitsluitend vergunningsvrij als – onder meer – de draagconstructie niet wordt veranderd)Raad van State 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2813
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.