Artikel 3 lid 8 Bijlage II Bor (vergunningvrij bouwen) is niet van toepassing op het wijzigen van een deur in de voorgevel van een gebouw (Raad van State 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4156)

Artikel 3 lid 8 Bijlage II Bor (vergunningvrij bouwen) is niet van toepassing op het wijzigen van een deur in de voorgevel van een gebouw (Raad van State 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4156)

Het vervangen van een deur valt onder het toepassingsbereik van artikel 2 lid 7 Bijlage II Bor (vergunningvrij bouwen en gebruiken) (Raad van State 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4156)

Als een aanvraag omgevingsvergunning niet langs elektronische weg of via het vastgestelde formulier maar op een andere manier wordt ingediend, is uitsluitend sprake van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb als voor het bestuursorgaan meteen duidelijk
Het koppelen van een termijn aan het toepassen van een binnenplanse afwijking ex artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1 Wabo is onder omstandigheden toegestaan (Raad van State 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1838)

In sommige gevallen wordt een intrekking van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.33 Wabo gelijkgesteld met de herroeping van een besluit als bedoeld in artikel 7:15 lid 2 Awb, maar alleen als die intrekking het gevolg is van
De bevoegdheid tot intrekking van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.33 lid 2 onder b Wabo staat – voor zover bezwaar tegen de vergunning is aangetekend – los van een eventuele heroverweging in bezwaar (ex artikel 7:11 Awb)
Overlast van bouwwerkzaamheden betreft een uitvoeringsaspect, dat niet hoeft te worden betrokken bij (het besluitvormingsproces omtrent) de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro (Raad van State 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1688)

Het bevoegd gezag moet bij het beoordelen van de ruimtelijke gevolgen van een (bestemmingsplan)plan uitgaan van een representatieve invulling van de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden die het plan biedt (artikel 3.1 Wro) (Raad van State 26 april 2023,
Als een appellant geen betaald werk heeft verricht en niet heeft onderbouwd dat hij inkomsten is misgelopen, is niet aannemelijk geworden dat hij werkelijk kosten heeft gemaakt en bestaat geen aanleiding voor vergoeding van verletkosten ex artikel 8:75 Awb.
In het algemeen geldt dat het bestuursorgaan bij herstel van een gebrek in het kader van een bestuurlijke lus (ex artikel 8:51a Awb) mede acht dient te slaan op inmiddels gewijzigde feiten en omstandigheden. Dit beginsel kan onder omstandigheden