Voor toepassing van de relativiteit ex artikel 8:69a Awb moet relevante (structurele) leegstand aannemelijk worden gemaakt om een beroep op artikel 2.12 Wabo te kunnen doen (Raad van State 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1086)

Voor toepassing van de relativiteit ex artikel 8:69a Awb moet relevante (structurele) leegstand aannemelijk worden gemaakt om een beroep op artikel 2.12 Wabo te kunnen doen (Raad van State 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1086)

De woorden ‘zo nodig’ in artikel 3:15 lid 3 Awb (reageren zienswijzen bij aanvraag vergunning) betekenen niet dat het bestuursorgaan vrij is naar believen al of niet toepassing te geven aan deze bepaling (Raad van State 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:943
De materiële norm van een goede ruimtelijke ordening, wat betreft het aspect van een goed ondernemersklimaat, en de materiële norm van de ladder voor duurzame verstedelijking liggen in elkaars verlengde. Voor toepassing van het relativiteitsvereiste ex artikel 8:69a Awb wordt
Bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan moet niet slechts worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt
Het behoud van een uit ruimtelijk oogpunt goed ondernemersklimaat valt onder het belang van een bescherming van een goede ruimtelijke ordening ex artikel 2.12 Wabo (relativiteit ex artikel 8:69a Awb) (Raad van State 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:866)

Het gemeentebestuur moet de vooroverlegprocedure ex artikel 3.1.1 Bro zo vorm geven dat een vooroverlegreactie van de provincie van reële betekenis kan zijn in de besluitvorming (Raad van State 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:961)

Onder het ‘aansluitend terrein’ ex artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor wordt verstaan het terrein zoals gelegen direct aansluitend aan het bouwwerk (Raad van State 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:687)

Artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor kan – bij wijze van uitzondering – ook worden toegepast als er weliswaar nog niet een gebouw feitelijk aanwezig is, maar voor dat gebouw wel al een vergund en in werking getreden vergunning
Artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor ziet niet op het wijzigen van gebruik van gronden waar geen bouwwerk aanwezig is (Raad van State 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:571)

Een weigering van een aanvraag omgevingsvergunning wegens het ontbreken van draagvlak is niet mogelijk als geen sprake is van een harde beleidsmatige randvoorwaarde waarin is opgenomen dat de vergunning niet zou mogen worden verleend als draagvlak ontbreekt (artikel 2.12