Het ‘getrapt’ laten beoordelen van twee inhoudelijk verschillende bouwplannen binnen één aanvraag omgevingsvergunning is niet mogelijk (artikel 4.4 Bor) (Raad van State 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2331)

Het ‘getrapt’ laten beoordelen van twee inhoudelijk verschillende bouwplannen binnen één aanvraag omgevingsvergunning is niet mogelijk (artikel 4.4 Bor) (Raad van State 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2331)

Indien een bouwplan – ter afwijking van het bestemmingsplan (uitgebreide voorbereidingsprocedure) – in strijd is met een provinciale verordening is het College van B&W in beginsel gehouden om een als verklaring van geen bedenkingen (ex artikel 2.27 Wabo) aan
In een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan de parkeerbehoefte in beginsel – mits goed gemotiveerd – met tien parkeerplaatsen worden bijgesteld als gevolg van het gebruik van één deelauto (Raad van State 7 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2204)

Zowel voor de bestuurlijke boete als voor herstelsancties moet voor het begrip ‘overtreder’ ex artikel 5:1 lid 2 Awb aansluiting worden gezocht bij de strafrechtelijke criteria voor functioneel daderschap (geldt zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen) (Raad van State
Wanneer de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen ex artikel 2.20a Wabo heeft geweigerd voor de activiteit(en), kan het College van B&W niets anders doen dan daarvoor vervolgens omgevingsvergunning weigeren (Raad van State 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2106)

Indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro de relevante richtafstand uit de VNG-brochure wordt aangehouden, hoeft de gemeenteraad in beginsel geen verdere toetsing te verrichten. Als de raad er – desondanks – voor kiest om onderzoek
Tijdelijk vergund gebruik dat onder het vorige bestemmingsplan was toegestaan op grond van een omgevingsvergunning ter afwijking van het toen geldende bestemmingsplan (ex artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) valt – na afloop van de vergunning – niet
Een tijdelijk vergund bouwwerk dat onder het vorige bestemmingsplan was toegestaan op grond van een omgevingsvergunning ter afwijking van het toen geldende bestemmingsplan (ex artikel 2.1 lid 1 onder a en c Wabo) valt – na afloop van de
De formulering van een planregel – dus niet de plaats daarvan – in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro bepaalt of sprake is van een rechtstreeks werkende regel (Raad van State 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2019)

Als in een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro geen definitie van een bepaald begrip in de planregels is opgenomen, dan kan voor de uitleg van dit begrip aansluiting worden gezocht bij het normaal spraakgebruik zoals omschreven in het Van Dale