Artikel 1 Bijlage II Bor

  • 1. In deze bijlage wordt verstaan onder:
    • achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
    • antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
    • antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
    • bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
    • bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
    • daknok: hoogste punt van een schuin dak;
    • dakvoet: laagste punt van een schuin dak;
    • erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
    • hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
    • huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
    • mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
    • openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;
    • voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;
    • voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening;
    • woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst.
  • 2. Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in deze bijlage in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:
    • a. afstanden loodrecht,
    • b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en
    • c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.
  • 3. Bij de toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
  • 4. Voor de toepassing van deze bijlage wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Rechtspraak

Erf
In een bestemmingsplan kan worden bepaald wat onder ‘erf’ in de zin van Bijlage II Bor moet worden verstaanRaad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:571
Bijbehorend bouwwerk
Een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor kan bij, aan en op een hoofdgebouw worden gerealiseerdRaad van State 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3069
De eis dat een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor moet zijn voorzien van een dak geldt niet voor zover het bijbehorende bouwwerk voorziet in een uitbreiding van het hoofdgebouwRaad van State 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2364
Zonder hoofdgebouw kan geen sprake zijn van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II BorRaad van State 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2907
Bij een uitbreiding van een hoofdgebouw hoeft het bijbehorende bouwwerk als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor niet op hetzelfde perceel te worden gerealiseerdRaad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2821
Of sprake is van hetzelfde perceel als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke actuele situatie, de kadastrale percelen zijn hierbij niet maatgevendRaad van State 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0146
Een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor hoeft geen betrekking te hebben op een reeds bestaand bouwwerk, maar mag direct na, gelijktijdig of in hetzelfde bouwproces zelfs kort er voor worden gerealiseerdRaad van State 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2198
Bij de functionele verbondenheid tussen het bijbehorende bouwwerk en het hoofdgebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor hoeft geen sprake te zijn van functionele ondergeschiktheidRaad van State 10 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2184
Voor een functionele verbondenheid tussen het bijbehorende bouwwerk en het hoofdgebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor is van belang dat het gebruik van het bijbehorende bouwwerk strekt tot een vergroting van het gebruiksgenot van het hoofdgebouw en dat het bijbehorende bouwwerk niet zelfstandig zal worden gebruiktRaad van State 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2904
Een bijbehorend bouwwerk (uitbreiding hoofdgebouw) hoeft niet functioneel of bouwkundig onderscheiden te zijn van of ondergeschikt te zijn aan de rest van het gebouw (artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor)Raad van State 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1465
Als het bijbehorende bouwwerk een eenheid vormt met het hoofdgebouw, dan is sprake van een ‘uitbreiding van het hoofdgebouw’ in de zin van artikel 1 Bijlage II Bor.Raad van State 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2715
Hoofdgebouw
Een gebouw op een perceel is een hoofdgebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor als het voor de verwezenlijking van de op de betreffende grond rustende bestemming noodzakelijk is Raad van State 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:786
Een bestaand gebouw dat tot stand is gekomen met een omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo) is geen hoofdgebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II Bor, tenzij dit gebouw noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de toekomstige bestemming. Hiervoor moeten op zijn minst concrete aanwijzingen bestaan dat en wanneer de aanpassing van het bestemmingsplan te verwachten isRaad van State 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:786
Een gebouw dat in strijd met de geldende bestemming is geen hoofdgebouw als bedoeld in artikel 1 lid 1 Bijlage II BorRaad van State 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2553
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.