Artikel 5 Bijlage II Bor

  • 1. Bij de toepassing van de artikelen 2, 3 en 4 blijft het aantal woningen gelijk. Deze eis is niet van toepassing op de gevallen, bedoeld in:
    • a. de artikelen 2, onderdelen 3 en 22, en 3, onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,
    • b. artikel 4, onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,
    • c. artikel 4, onderdelen 9 en 11.
  • 2. De artikelen 2 en 3 zijn niet van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in, aan, op of bij een bouwwerk dat in strijd met artikel 2.1 van de wet is gebouwd of wordt gebruikt.
  • 3. Artikel 2, onderdelen 3 en 22, is evenmin van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in:
    • a. een in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een inrichting voor activiteiten met ontplofbare stoffen;
    • b. een gebied waarin die activiteit op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een inrichting, transportroute of buisleiding dan wel vanwege de ligging in een belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van een buisleiding;
    • c. een gebied dat is gelegen binnen een van toepassing zijnde afstand als bedoeld in artikel 3.123.183.283.30a4.34.44.54.5a4.5b4.77 of 4.81 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
  • 4. Artikel 3, onderdelen 1 en 2, is evenmin van toepassing voor zover voor het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft krachtens het bestemmingsplan regels gelden die met toepassing van artikel 40 van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet, in het belang van de archeologische monumentenzorg zijn gesteld, tenzij de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m2 bedraagt.
  • 5. Artikel 3, onderdeel 8, is evenmin van toepassing op een activiteit die tevens een activiteit is als bedoeld in artikel 2, onderdelen 2 tot en met 21, of 3, onderdelen 1 tot en met 7, maar niet voldoet aan de in die artikelen ten aanzien van die activiteit gestelde eisen.
  • 6. Artikel 4, onderdelen 9 en 11, is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Rechtspraak

Artikel 5 lid 1 (toename aantal woningen)
Artikel 5 lid 1 Bijlage II Bor verbiedt uitsluitend een toename van het aantal (zelfstandige) woningen dat volgens het bestemmingsplan is toegestaan, niet een toename van het feitelijk aanwezig aantal woningenRaad van State 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1528
De term ‘bebouwingsmogelijkheden’ van het bestemmingsplan ziet op het toegestane aantal woningen en niet op de vraag of het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan (zoals een overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte) (artikel 5 lid 1 Bijlage II Bor)Raad van State 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3385
Artikel 5 lid 1 Bijlage II Bor is niet van toepassing op een afname van het aantal woningenRaad van State 24 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3371
Als een zelfstandige woonruimte wordt omgezet in meerdere onzelfstandige woonruimten, dan is artikel 5 lid 1 Bijlage II Bor niet van toepassingRaad van State 24 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3371
Artikel 5 lid 2 (illegale bebouwing)
Bij de beantwoording van de vraag of de uitbouw al dan niet aan een illegaal gebouwde woning wordt gebouwd, moet de uitbouw zelf niet als reeds (gedeeltelijk) gebouwd bouwwerk als bedoeld in artikel 5 lid 2 Bijlage II Bor worden aangemerktRaad van State 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3968
Artikel 5 lid 6 (stedelijk ontwikkelingsproject)
Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II Bor is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Het antwoord op de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is niet enkel afhankelijk van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaanRaad van State 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:729
Twaalf vrijstaande woningen kunnen, gelet op de omvang ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II BorRaad van State 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:100
Een gehele functiewijziging van het perceel voor de bouw van de tijdelijke woningen met een totale omvang van 1.940 m2 is aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II BorRaad van State 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055
Een zonnepark (park met zonnepanelen) is geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II BorRaad van State 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770
Indien geen sprake is van uitbreiding van bebouwing en het gebruik in planologisch opzicht niet zodanig verschilt van het volgens het bestemmingsplan toegestane gebruik, dan is doorgaans geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II BorRaad van State 31 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2651
De realisatie van 16 (tijdelijke) tiny houses kan gelet op de relatief beperkte ruimtelijke uitstraling op de omgeving, de omvang van de woningen, de overige bebouwing in de omgeving, waaronder bedrijven, detailhandel, horeca en woningen, en de verkeersontsluiting van het perceel niet als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II Bor worden aangemerkt.Raad van State 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2747
De realisatie van een tijdelijke supermarkt kan gelet op de nieuwbouw en de ruimtelijke impact op het agrarische karakter van de omgeving als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 5 lid 6 Bijlage II Bor worden aangemerktRechtbank Gelderland 13 juli 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:3656
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.