Artikel 1.1a Wabo

  • Een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, die op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning door een derde bewoond mag worden, wordt met betrekking tot die inrichting voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen beschouwd als onderdeel van die inrichting, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald.
  • Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder landbouwinrichting verstaan:inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten, zijnde het telen of kweken van landbouwgewassen of het fokken, mesten, houden of verhandelen van landbouwhuisdieren, dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht.

Rechtspraak

Een woning kan op grond van artikel 1.1a Wabo in twee situaties – met het oog op bewoning door een derde – als plattelandswoning worden bestemd: (i) als een bedrijfswoning feitelijk nog als bedrijfswoning wordt gebruikt en (ii) als een bedrijfswoning feitelijk door een derde wordt bewoondRaad van State 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4653
Als een voormalige agrarische bedrijfswoning als bedoeld in artikel 1.1a Wabo door een derde mag worden bewoond, dan moet worden getoetst aan de geldende luchtkwaliteitseisenRaad van State 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:236
Een (mogelijke) waardestijging van een woning die tot plattelandswoning als bedoeld in artikel 1.1a Wabo wordt bestemd/vergund, is geen evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de uitvoering van het ruimtelijke besluit in de weg staatRaad van State 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2373
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.