Artikel 2.25 Wabo

  • Een omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert waarop zij betrekking heeft. De vergunninghouder draagt ervoor zorg dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.
  • Indien een omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, meldt de aanvrager, onderscheidenlijk de vergunninghouder dat ten minste een maand voordien aan het bevoegd gezag, onder vermelding van de bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gegevens.
  • Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën gevallen worden aangewezen, waarin de omgevingsvergunning slechts geldt voor degene aan wie zij is verleend. Daarbij kan tevens worden bepaald dat in daarbij aangewezen categorieën gevallen:
    • a. de omgevingsvergunning nog gedurende een daarbij aangegeven termijn blijft gelden voor rechtsopvolgers van degene aan wie zij is verleend;
    • b. de omgevingsvergunning ook geldt voor een rechtspersoon aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag toestemming is verleend.

Rechtspraak

De vergunninghouder ex artikel 2.25 lid 1 Wabo is niet degene aan wie de vergunning in het verleden is verleend, maar degen die het project uitvoert waarop de vergunning ziet (degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project)Raad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1667
Meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen tegelijkertijd als vergunninghouder in de zin van artikel 2.25 lid 1 Wabo worden aangemerktRaad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1667
De melding van de overdracht van de vergunning zoals bedoeld in artikel 2.25 lid 2 Wabo is geen constitutief vereist voor de overdracht ervanRaad van State 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1634
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.