Artikel 5:10a Awb

  • Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen.
  • Voor het verhoor wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.

Rechtspraak

Het zwijgrecht en de cautieplicht ex artikel 5:10a Awb bestaan wanneer naar objectieve maatstaven door een redelijk waarnemer kan worden vastgesteld dat de betrokkene wordt verhoord met het oog op het aan hem/haar opleggen van een bestraffende sanctieRaad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2115
In het geval van het opleggen van een bestraffende sanctie aan een rechtspersoon of daarmee gelijk te stellen entiteiten, komt het zwijgrecht (en de cautie) ex artikel 5:10a Awb slechts toe aan de bestuurders en niet aan de werknemers, voor zover zij de vragen niet namens de rechtspersoon beantwoordenRaad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2115
Aan getuigen komt geen zwijgrecht als bedoeld in artikel 5:10a Awb toeConclusie 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034
Bij het niet geven van de cautie kan de verklaring in beginsel niet worden gebruikt als bewijs voor de feiten van de opgelegde sanctie (artikel 5:10a Awb)Raad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2115
error: Het kopiëren van deze pagina is helaas niet toegestaan.